inloggen
zoeken
header

De formule van Gedragswerk

Deze formule is gebaseerd op de ervaringen van Gedragswerk en de resultaten van verschillende onderzoeken.  Er is vooral gekeken naar alle situaties rondom leerlingen die om een extra inspanning vragen en waarin passend onderwijs om allerlei redenen niet vanzelfsprekend is. In deze situaties worden alle betrokkenen en hun samenwerking, de beschikbare middelen, dat wat is afgesproken en bijvoorbeeld de aanwezige (extra) ondersteuning, het meest op de proef gesteld.

Deze situaties zijn de lakmoesproef voor de manier waarop alle betrokkenen werk maken van passend onderwijs. Zij maken veel sterker dan in die gevallen dat alles als vanzelf gaat, zichtbaar 'in welke mate wij met onze aanpak de goede dingen op de goede manier doen' en 'hoe effectief wij zijn in het realiseren van passend onderwijs'.

De formule van Gedragswerk vat de factoren samen die met elkaarde effectiviteit bepalen van alle inspanningen om passend onderwijs te realiseren, met name in complexe situaties die hoge eisen stellen. Uw effectiviteit berekenen vraagt van u kritische reflectie op uw handelen en op de door u geboekte resultaten.  Telkens weer dient u uw beoordelingen serieus te onderbouwen. 'Op basis van welke concrete overwegingen kom ik, of komen wij, tot deze specifieke beoordeling?' Het antwoord op deze vraag, is zelfs nog belangrijker dan de beoordeling zelf. Dit antwoord laat immers zien wat goed gaat en dus vooral behouden moet blijven, maar ook wat beter kan en wat volgende keren toch echt anders moet. Dankzij deze inzichten kunt u uw aanpak consolideren waar deze sterk is en versterken waar deze effectiever kan. Zeker wanneer u de effectiviteit in beeld brengt samen met uw 'partners in passend onderwijs', van uw directe collega's tot en met ouders en de mensen van - bijvoorbeeld - leerplicht en zorg, wint het gebruik van de formule aan waarde. Enerzijds komt dat doordat u alle gezichtspunten betrekt bij de gewenste kritische reflectie en zo waarschijnlijk een waarheidsgetrouwer beeld krijgt, anderzijds omdat u al doende tot een gezamenlijke visie kunt komen, als gemeenschappelijke inspiratiebron in uw streven naar passend onderwijs.

De formule van Gedragswerk maakt duidelijk dat een effectieve, succesvolle aanpak voor dit kind of deze jeugdige (POk) het resultaat is van vier variabelen. Dit zijn:

1. De mate waarin er sprake is van effectieve samenwerking tussen kind & ouders of verzorgers en professionals, oftewel 'kind- en ouderbetrokkenheid' (gKOB).

In welke mate zijn kind en ouders betrokken bij het ontwikkelen van het plan van aanpak en in welke mate wordt er met hen samengewerkt? In hoeverre zijn ze gezien en gehoord, heeft dat wat ze kunnen en willen daadwerkelijk invloed en spelen ze een rol in het gehele proces?
Bij een minimale betrokkenheid van kind en ouders, zullen de effecten van alle overige inspanningen, hoe groot ook, minimaal zijn. Zijn de betrokkenheid van en de samenwerking met ouders maximaal dan hebben deze een sterk vergrotend of synergetisch effect op het resultaat van alle overige inspanningen. Alleen dan kunnen plannen voldoende aansluiten bij de situatie van het gezin en bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van kind en ouders. Kind- en ouderbetrokkenheid is ook een noodzakelijke voorwaarde om hun beider ervaringsdeskundigheid te benutten in het vinden en bewandelen van de weg naar passend onderwijs.

2. De kracht van het professionele netwerk g(SProf+ MProf+ KProf) met als pijlers Samenwerking, Middelen en Kwaliteit. 

De kracht van het professionele netwerk bepaalt de effectiviteit van alle inspanningen om passend onderwijs te realiseren. Deze kracht is gebaseerd op drie factoren. Op plaats één staat de mate waarin de betrokken professionals er in slagen effectief samen te werken, zowel met de collega's in het eigen team, als met de partners in andere organisaties en op andere terreinen. Vinden de professionals van onderwijs, (jeugd)zorg, participatie, veiligheid, leerplicht en... elkaar? In de tweede plaats is daar de rol van de middelen waarover de samenwerkende partners beschikken, zowel financieel als materieel (van hulpmiddelen tot en met voorzieningen). Tot slot doet de kwaliteit van de beschikbare mensen en middelen er toe. Beschikken de betrokkenen samen over alle vereiste competenties, nodig voor het allereerste signaleren tot aan het diagnosticeren en het ontwikkelen en uitvoeren van een plan van aanpak? Hoe is de kwaliteit van de beschikbare middelen? Zijn ze goed op maat te maken? Zijn ze echt goed genoeg om voor deze leerling passend onderwijs mogelijk te maken?

3. De daadwerkelijke inzet (gIIE) van alle betrokkenen.

Wat inzet is formuleerde Johan Cruijff ooit zo: “Dat is hoofdzakelijk dat iedereen er is om het meeste uit zichzelf te halen, wat dat ook mag zijn”. In welke mate doet iedereen zijn best om tot een effectieve aanpak te komen? Zonder de volledige inzet van alle betrokken professionals, van ouders of verzorgers en kind, is passend onderwijs niet haalbaar. Eén enkele persoon die er de kantjes van af loopt, gemaakte afspraken niet nakomt en zijn verantwoordelijkheid niet neemt, is vaak voldoende om alle inspanningen om passend onderwijs te realiseren, te dwarsbomen. We kennen tal van voorbeelden waarin de situatie zich door een gebrek aan inzet van één persoon van kwaad tot erger ontwikkelde. Eenvoudigweg omdat alle andere betrokkenen afhankelijk waren van de stap die deze ene persoon niet zette en geen mogelijkheid zagen de ontstane impasse te doorbreken: niet vrijwillig en niet met toepassing van drang en dwang.

4. De onvoorwaardelijke acceptatie van de voorgestane oplossing en de samen te bewandelen weg.

De acceptatie van de voorgestane oplossing en de te bewandelen weg is de vierde en laatste variabele die bepalend is voor falen of slagen van inspanningen om tot passend onderwijs te komen (gAIE). Acceptatie door alle betrokken professionals en van de ouders of verzorgers en het kind, is noodzakelijk.  Als een van de hoofdrolspelers de gekozen oplossing niet accepteert, dan is succesvolle uitvoering nagenoeg onmogelijk. Een oplossing effectief implementeren staat of valt met de acceptatie van alle betrokkenen. Ontbreekt deze en lukt het niet alsnog tot acceptatie te komen - vrijwillig of met toepassing van dwang en drang - dan houdt het op.

Het samenspel van deze vier variabelen is dus bepalend voor de effectiviteit van al uw inspanningen. Daarbij kunnen de rol en de invloed van deze vier variabelen op het bereiken of niet bereiken van het gewenste resultaat per situatie sterk verschillen. Dit is in de formule telkens aangegeven met de notatie 'g...'. 

< terug naar het berekenen van mijn effectiviteit

Enquete Gedragswerk

Wij willen uw mening over Gedragswerk graag horen! Doe mee met het evaluatie onderzoek. U helpt ons daar mee. De resultaten worden op deze website gepubliceerd.

> naar de enquete


Agenda


03-10-2018 tot 20-11-2018

Training Lansbrekers voor passend onderwijs zonder thuiszitters

Het samenwerkingsverband 22.01 PO VO organiseert in de maanden oktober en... Lees meer

> volledige agenda
sitemap | disclaimer | colofon | contact