Gezien worden

‘Op de basisschool praatte ik jarenlang niet en voelde ik me erg alleen. Pas op de middelbare school werd ik voor het eerst gezien. Mijn mentor vroeg hoe het met me ging, gaf me een duim of een knipoog als ze me tegenkwam op de gang. Dat gaf me een goed gevoel: zij weet dat ik er ben.’ 

Het verhaal van Robin

De regiobijeenkomst Westelijke Mijnstreek vindt plaats in de raadszaal van het gemeentehuis in Geleen. De dag begint met het verhaal van Robin. Robin is 25 jaar en studeert bijna af als fysiotherapeut. Jarenlang worstelde ze op school. Robin vertelt: ‘Op de basisschool was ik vooral heel bang dat als ik het niet goed zou doen, iemand dan tegen me zou praten. Ik deed daarom mijn best om niet op te vallen, zodat ik niet hóéfde te praten. Stiekem hoopte ik dat mijn docent zou vragen wat er aan de hand was. Maar die vraag kwam niet. Ik voelde mij in die tijd heel alleen.’ 

“Ik hoopte dat mijn docent zou vragen wat er aan de hand was” – Robin

Ook op de middelbare school had Robin moeite om mee te komen. ‘Op de middelbare school spijbelde ik heel veel, omdat ik liever niet op school was maar ook niet thuis’, vertelt Robin. ‘Meestal liet ik mijn moeder me op maandag ziekmelden en ging ik de rest van de week naar het strand. Mijn moeder dacht dat ik op school was en school dacht dat ik ziek was. Met pijn en moeite heb ik mijn havo-diploma gehaald.’ 

‘Maar op het hbo kwam ik mezelf pas echt tegen. Ik had geen ruimte in mijn hoofd om te studeren. Mijn begeleider herkende PTSS. Ik ging aan de slag met mijn trauma en leerde over mijn emoties te praten. Mijn begeleider zorgde ervoor dat ik niet hoefde te stoppen met mijn opleiding. Dat was pas het begin van een verbetering.’ 

Het verhaal van Robin maakt indruk op de 75 aanwezigen. Het heeft altijd consequenties als een kind thuiszit. Situaties zijn veelal complex en een kind krijgt te maken met veel verschillende gezichten. Al deze verschillende gezichten zijn ook aanwezig op de bijeenkomst: zorgcoördinatoren, docenten, jeugdconsulenten, jeugdzorg, maatschappelijk werkers, een jeugdarts en hulpverleners. De aanwezigen gaan vandaag aan de slag om thuiszittende jongeren in een eerder stadium te ‘zien’. Niet met de bedoeling een kant en klaar plan te maken, maar om kennis te maken met elkaar, beelden te delen, van elkaar te leren en mogelijkheden te bekijken. 

Gedragswerk Regiobijeenkomst Westelijke Mijnstreek-Geleen

Ren je rot 

Na het verhaal van Robin is het tijd voor actie. Voorzitter Lazlo van Donkelaar (Gedragswerk) legt de deelnemers 6 stellingen voor waar zij het mee eens of oneens kunnen zijn. Zijn deelnemers het eens met de stelling, dan wordt hen gevraagd in de binnenring van de raadszaal te komen staan. De deelnemers die het oneens zijn, staan in de buitenring. Er komt beweging en rumoer in de zaal. 

Stelling 1: Onderwijsprocessen stagneren door wachtlijsten in de jeugdzorg.

‘Vanuit de zorgkant zie ik hoe lang de wachtlijsten zijn. Dat heeft invloed op het onderwijs’, zegt een voorstander van de stelling. En: ‘School kan net zo goed iets doen, jeugdzorg zou niet de enige moeten zijn die iets kan doen. We doen het met elkaar’, vertelt een tegenstander.

Stelling 2: Geoorloofd en ongeoorloofd verzuim vraagt een andere aanpak.

‘Iedere vorm van verzuim is voor mijn gevoel maatwerk. Er kunnen verschillende oorzaken zijn voor verzuim’, zegt zowel een dame die het eens is met de stelling als een dame die het oneens is. 

Stelling 3: Ik voel mij altijd in staat om verzuim te verhelpen.

Met deze stelling is slechts 1 deelnemer het eens: ‘Er staat ‘ik voel’. Dat betekent niet dat ik erin moet slagen. Vandaar dat ik hier sta.’ Een deelnemer die het oneens is met de stelling licht dit als volgt toe: ‘Het lukt niet altijd om dezelfde taal te spreken en het samen te bereiken. Ik ervaar dat we vaak hetzelfde bedoelen, maar er andere begrippen aan koppelen, waardoor we denken dat we iets anders bedoelen. Of juist andersom: dat we dezelfde begrippen gebruiken maar wat anders bedoelen.’ 

Stelling 4: Als ouders niet mee willen werken, sta je machteloos

Ook met deze stelling zijn maar een aantal deelnemers het eens. ‘Een kind woont nog thuis en als ouders het niet nodig vinden, is het enorm lastig. Het is niet zo zwart-wit, maar wel lastig.’ Een tegenstander van de stelling zegt: ‘Het is goed om te zien hoe ouders in het proces staan. Vaak hebben die ouders zelf ook problematiek. Het zien van ouders en ook aan die kant te staan, is erg belangrijk.’

Stelling 5: Scholen schakelen altijd leerplicht en jeugdarts (M@ZL) in, als dat nodig is 

De aanwezige jeugdarts is het oneens met deze stelling en licht toe: ‘We hebben een onderzoek gedaan binnen scholen in het voortgezet onderwijs. Zij maken gebruik van M@ZL, maar de jeugdarts wordt niet altijd ingeschakeld. We zijn er nu 8 jaar mee bezig en maken stappen naar primair onderwijs. Maar we hebben nog veel stappen te zetten.’

Stelling 6: Preventieve aanpak van schoolverzuim kan binnen de huidige financiële kaders.

Deelnemers die het eens zijn met deze stelling zeggen: ‘Wanneer iedereen het met zijn eigen budgetten doet, redden we het niet. We moeten het bij elkaar brengen.’ En: ‘Een duim omhoogsteken in de gang is gratis. Het gaat volgens mij eerder over elkaar zien.’

Een docent is het oneens met de stelling en zegt: ‘Ik zie 300 leerlingen, 2 keer in de week. Voor mij is het erg moeilijk om van al die kinderen te weten hoe het met ze gaat.’ 

Gedragswerk Regiobijeenkomst Westelijke Mijnstreek-Geleen

Aan de slag met casussen

De deelnemers gaan vervolgens in 7 groepen uiteen. De deelnemers nemen rollen aan van onder andere het kind, de ouders, jeugdzorg, mentor, zorgcoördinator en jeugdarts. In eerste instantie nemen ze hun rollen erg serieus, daarna praten ze verder vanuit hun eigen expertise. 

De belangrijkste uitkomsten: 

  • De eerste stap is vaak de mentor, die heeft een cruciale rol. 
  • De jeugdarts wordt vaak te laat betrokken.
  • Stel een aanwezigheidspoli op. Bekijk het van de positieve kant. 
  • Voel jezelf verantwoordelijk.
  • Als je zelf de klik niet hebt met de leerling, kijk dan naar iemand die die klik wel heeft zodat de leerling zich gezien voelt.
  • Maak de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs makkelijker voor leerlingen, bijvoorbeeld door een actieve overdracht. 
  • Casuïstiek wordt soms vaag gehouden. Iedereen moet het mandaat hebben om te kunnen handelen, om een paar partijen bij elkaar te roepen. En zo elkaar te helpen om de ‘vaagheid’ uit de casus te houden.
  • Voorkom te lang in een te beperkt gezelschap praten (dit gebeurt nu te vaak).
  • Het kind is onderdeel van het systeem. Neem dus het kind erin mee.
  • Geef de jongeren meer regie.
  • Wie gaat er naast het kind zitten, zodat het helder wordt wat het kind wil (dit hoeft niet altijd de mentor te zijn).
  • Durf te handelen. En iedereen die wil handelen, is gelegitimeerd om een club bij elkaar te roepen.
  • Kinderen hebben talenten en successen. Laat ieder kind zijn talenten en successen aan het eind van de basisschool opschrijven op een A4. Als eigenaar van dit A4’tje heeft het kind een mooie start op het voortgezet onderwijs. 

“Focus op de talenten en successen van het kind”

Tot slot nodigt Dominique Boer, directeur Samenwerkingsverband VO Westelijke Mijnstreek, alle deelnemers uit om de uitgesproken ambitie om te zetten in concrete acties. Droppen de aanwezigen hun naambadge in de box dan committeren zij zich aan een persoonlijke inzet om thuiszitters te voorkomen. Vervolgafspraken zijn al gemaakt: op donderdag 6 februari 2020 een actie-overleg met de badge-in-the-box aanwezigen en op donderdag 7 januari 2021 om de resultaten te bespreken met alle aanwezigen. Een mooie afsluiter van de dag!