Voor een thuiszitter telt iedere dag!

Op 25 november zijn we aanwezig bij het PENTA college CSG Scala Molenwateringen in Spijkenisse. Vandaag gaan 46 professionals, die werkzaam zijn in het onderwijs, de zorg, maatschappelijk werk, de leerplicht of binnen de gemeente, met elkaar in gesprek hoe het aantal thuiszitters kan worden teruggebracht.

Meerderheid van de kinderen gaan met plezier naar school
In de regio Voorne-Putten, Rozenburg zitten op dit moment maar liefst 21 kinderen thuis. Dagvoorzitter Bart van Kessel (Gedragswerk) benoemt dat het goed is dat er een getal is. Niet in iedere regio is bekend om hoeveel kinderen het gaat. Hij steekt de aanwezigen een hart onder de riem: “Het gaat goed met het overgrote deel van de kinderen en met het onderwijs. De meeste kinderen gaan met plezier naar school toe. Dat is te danken aan jullie!” 

Toch betekent 21 thuiszitters dat er een gedeelte helemaal niet naar school gaat, een flink aantal voor de regio. Samen moeten we ervoor zorgen dat óók die 21 kinderen met plezier naar school gaan. De aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp moet beter op elkaar worden afgestemd. 

Eerst wat theorie, een presentatie Nederlands Jeugdinstituut 

Sara Steijn (Nederlands Jeugdinstituut, NJI) schets door middel van een presentatie de ontwikkeling in het jeugdhulpgebruik en hoe cruciaal goede samenwerking is om de groeiende vraag naar jeugdhulpgebruik aan te kunnen. De afgelopen jaren is namelijk de vraag naar jeugdhulp, in de leeftijd van 0 t/m 17 jaar, gegroeid van 3.7% in 2000 naar 11.7% in 2018. Uit een rapport van NJI blijkt dat dit komt door drie oorzaken: 

  1. Ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen.
  2. Het nieuwe stelsel.
  3. Hoge verwachtingen over versus stand van zaken ten aanzien van preventie.

Omdat de aard van schoolverzuim vaak complex is, vraagt de oplossing om samenwerking tussen stakeholders op drie niveaus. Zowel op uitvoering, beleid en bestuurlijk niveau. 

Sara Steijn legt daarna uit welke vormen van samenwerking er zijn. Hierbij licht ze de volgende vier modellen toe:

  1. Schottenmodel – Onderwijs en jeugdhulp opereren los van elkaar, inclusief gescheiden geldstromen en gescheiden verantwoordelijkheden.
  2. Ketenmodel – Dit model gaat uit van geschakelde verantwoordelijkheden, een vaste koppeling van disciplines en een vaste volgorde van handelen.
  3. Netwerkmodel – Bij dit model draait het om de interactie tussen disciplines. Partijen bepalen afhankelijk van het doel met wie zij een verbinding aangaan.
  4. Integrale model – Onderwijs en jeugdhulp opereren in één multidisciplinair team, met mandaat om hulp en ondersteuning in te zetten en met een eigen budget.

Sara Steijn vraagt aan de deelnemers: “Waar staan we nu? Hoe ziet de samenwerking er op dit moment bij jullie uit?” Een deelnemer zegt: “Op dit moment werken we samen in het schottenmodel en soms in het ketenmodel. Maar we willen heel graag richting een netwerk- of integraal model.” 

Steijn concludeert dat stakeholders kunnen beter samenwerken wanneer ze een gedeelde visie hebben, er onderling vertrouwen is, er randvoorwaarden zijn opgesteld en er sturing op de samenwerking is. Deze werkzame factoren hangen onderling met elkaar samen: naarmate het onderling vertrouwen toeneemt, neemt ook de aanwezigheid van andere factoren toe. 

Sara Steijn bespreekt daarna het belang van de gezamenlijke boodschap: de school is essentieel voor het welbevinden en toekomst van leerlingen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat:

  1. School van fundamenteel belang is voor academische-, taal-, en sociaal emotionele ontwikkeling en vaardigheden zoals samenwerken, doorzettings- en probleemoplossend vermogen. 
  2. Jongeren die een diploma behalen hebben een grotere kans op een baan, een hoger salaris, zijn vaak minder crimineel en hebben vaak minder ondersteuning van de overheid nodig. 
  3. Iedere dag telt! Focus op de aanwezigheid. Afwezigheid op jongere leeftijd is een voorspeller van afwezigheid op latere leeftijd. 

En dan nu de praktijk, aan de slag met een casus

Na de presentatie gaan de deelnemers, verdeeld over vijf groepen, aan de slag met drie casussen van thuiszitters. De casussen zijn divers, zo gaat het om drie leerlingen in primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De drie leerlingen hebben als overeenkomst dat er meerdere oorzaken zijn voor het schoolverzuim. Aan de deelnemers de opdracht om te kijken hoe deze thuiszitters zo snel mogelijk en met plezier weer naar school kunnen. 

De presentatie van Sara Steijn komt hierbij goed van pas! De deelnemers bespreken de casussen aan de hand van de samenwerkingsmodellen, de 3 niveaus (uitvoering, beleid en bestuur) en welke rol de professionals innemen.  

In alle vijf de groepen horen we de quote “iedere dag telt” meerdere keren terug. Ook vragen de deelnemers zich af waarom scholen zo focussen op verzuim in plaats van op aanwezigheid? “Wanneer een leerling twee dagen niet aanwezig is, bellen we de ouders om de maatregelen te bespreken. Waarom sturen we de leerling niet een kaartje met de tekst: ‘Je wordt gemist, ik hoop je snel weer te zien in de klas’”. 

Ook de modellen van samenwerking (schotten-, keten-, netwerk- en integrale model) komen aan bod tijdens het bespreken van de casussen. De meeste deelnemers herkennen dat zij vooral samenwerken in een schotten- of ketenmodel, maar veel liever willen samenwerking in een netwerk- of integraal model. “We denken nog veel te veel in onze eigen eilandjes en aan de hand van het mandaat dat we hebben, we missen een regievoerder die het netwerk kent en de leerlingen beter kan doorverwijzen naar de zorg die zij nodig hebben.”   

Wat nemen de deelnemers na vandaag mee naar hun werk? 
Na afloop van de bijeenkomst spraken we vijf deelnemers en vroegen hun welke punten de meeste indruk hadden gemaakt en wat ze mee willen namen naar hun werk. 

Bevestiging, het gaat om je netwerk
“Vandaag werd voor mij bevestigd dat het gaat om het kennen van je netwerk. Ken je je netwerk, dan kun je veel meer betekenen voor je leerlingen. Ik zou willen pleiten voor een soort ‘loketfunctionaris’ die het netwerk kent. Dit loket werkt vervolgens twee kanten op: school kan de hulplijn uitgooien en wordt vervolgens op de hoogte gehouden over de casus.” 

Er is nog een hoop te doen!
“Ik ben er vandaag achter gekomen dat er nog best een hoop te doen is. We willen er allemaal voor het kind zijn, maar we willen te veel vasthouden aan onze eigen kaders en disciplines. Ik mis de actie. Ik vind het wel prachtig om te zien dat we allemaal hier aanwezig zijn om juist met elkaar tot die actie te komen.”

Aanpak voor thuiszitters is een complex vraagstuk
“Vandaag heeft mij vooral een bevestiging gegeven dat de aanpak voor thuiszitters een complex vraagstuk is en dat er vanuit verschillende hoeken verschillend wordt gedacht over hoe we dat nou het beste kunnen aanpakken. Daarin merk ik dat er twee stromingen zijn. De een denkt vanuit bovenaf en wilt eerst bestuurlijk dingen met elkaar regelen. De ander denkt juist van onderaf en wil gewoon dingen gaan proberen. Er moet wel een gemeenschappelijke basis zijn om dit goed te kunnen aanpakken. Ik ben zelf meer voorstander van deze laatste en praktische aanpak, maar je moet bestuurlijk wel de ‘rugdekking’ hebben voor de dingen die je uitprobeert met elkaar. Zodat je bij successen kan doorpakken. 

Wat ik vandaag meeneem; kunnen we het anders organiseren? Juist omdat er zoveel mogelijkheden in de uitvoering zijn. Zoals, zouden we coaches voor een paar uur op school kunnen zetten? Wanneer er een leerling dreigt uit te vallen, plaats dan zo’n coach naast de leerling en de ouders om dit te voorkomen, want elke dag is er een te veel!”  

Gedragswerk kijkt terug op de bijeenkomst

Te smalle basis tussen gemeente, zorg en onderwijs
Na afloop van de bijeenkomst geeft Hans Kruijssen (Gedragswerk) terug dat hij het jammer vindt dat er vandaag geen wethouders aanwezig waren. “Die heb je wel nodig voor bestuurlijke ondersteuning. Anders kan alles wat je doet geen succes worden. De basis voor het gezamenlijk nemen van verantwoordelijkheid tussen gemeenten, zorg en onderwijs om een effectieve aanpak voor thuiszitters te organiseren, die is smal. Gelukkig waren er wel beleidsmedewerkers aanwezig, hopelijk kunnen we via deze ambtenaren een aantal zaken op de agenda van de wethouders plaatsen. Positief aan vandaag was dat er ook veel mensen wél waren, dat laat zien dat mensen willen.” Misschien moeten we óók hier kijken naar de aanwezigheid en niet naar het verzuim.