
De afgelopen twee jaar heb ik als GZ-psycholoog op voorspraak van en in samenwerking met onderwijsadviseurs en fixers, medewerkers die gespecialiseerd zijn in het werken met thuiszitters, van het SWV-VO van Amsterdam/Diemen zo’n 70 jongeren onderzocht in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Deze onderzoeken vonden plaats met inzet van stagiairs van de opleidingen (forensische) orthopedagogiek en klinische kinder- en jeugdpsychologie.
Het gros van de te onderzoeken kinderen en jongeren betreft zogeheten thuiszitters. Via de school waar ze staan ingeschreven, inspectie of ouders komt het contact met het SWV-VO tot stand. Als het een thuiszitter betreft zijn het meestal de fixers die contact leggen met ouders en het gesprek aangaan.
Kinderen komen niet zomaar thuis te zitten, daar gaat meestal een proces van jaren aan vooraf. Een periode vol onbegrip, waarin ouders en kind na veel stress en lange wachttijden met veel, wisselende, “hulpverleners” te maken krijgen. Meer dan 20 verschillende hulpverleners zijn daarbij geen uitzondering. Iedere keer wordt ouders gevraagd het hele verhaal, hoe hun kind op dit punt gekomen is, opnieuw te vertellen. Daarnaast is de insteek van de hulpverlening om te werken aan terugkeer naar school en het liefst op zo kort mogelijke termijn. Deze exposuretherapie werkt bij deze getraumatiseerde kinderen en jongeren averechts, waardoor de situatie eerder verergert en het vertrouwen in de hulpverlening bij het gezin en het kind verder afneemt, evenals de hoop op een oplossing.
De fixers hebben als eerste uitgangspunt dat de eerste tijd niet gesproken wordt over een terugkeer naar school en dat dat ook niet het eerste doel is van het contact. Het gaat veel meer om vertrouwen, begrip en wat er nodig is weer perspectief te leren zien.
In de gesprekken die de fixers voeren, voelen zij op een gegeven moment aan of er ruimte is bij het kind of jongere om via onderzoek meer zicht te krijgen op zijn of haar situatie. Dit is het moment dat mijn rol wordt uitgelegd en wat ik kan betekenen in het verkrijgen van meer begrip en uiteindelijk het helpen creëren van perspectief. Mijn insteek is binnen twee weken na het eerste telefoontje een fysieke afspraak te maken, vaak bij het gezin thuis, omdat het hier thuiszitters betreft.
Na het kennismakingsgesprek start ik altijd met een intelligentieonderzoek, dit kan aansluitend op het eerste gesprek, omdat de jongere dan niet direct gevraagd wordt allerlei persoonlijke zaken te vertellen. Dit onderzoek gebruik ik als kennismaking en het winnen van vertrouwen. Tijdens het onderzoek stel ik in een ontspannen sfeer toch wat persoonlijke vragen. De focus ligt echter op de vragen van het intelligentieonderzoek, meestal de WISC-V.
Vervolgens volgt na de terugkoppeling van het onderzoeksresultaat een sociale anamnese, vaak in aanwezigheid van een stagiair, waarbij ik die tussen kind en ouders het liefst gescheiden doe. Als het kind erop staat dat ouders erbij zijn, kan dat.
Tijdens de anamnese komen ook de hulpvragen aan de orde en op basis daarvan worden vervolgens vragenlijsten gekozen voor ouders en jongere om in te vullen. Hiermee wordt voldoende informatie verzameld voor het stellen van een voorlopige diagnose en een hulpverleningsplan. Een groot deel van dit werk wordt gedaan door de studenten in het kader van het behalen van hun basisaantekening diagnostiek.
Na bespreking van de eindrapportage met advisering zit mijn taak er meestal op, omdat dan samen met de fixer met de adviezen aan de slag wordt gegaan. Wel kan het zijn dat de stagiair nog betrokken blijft, bijvoorbeeld om wekelijks gesprekken te voeren met de jongere, omdat er een vertrouwensband is ontstaan tijdens het onderzoek. Als er uiteindelijk besloten wordt voor een terugkeer naar school, dan kan ik altijd nog een rol spelen in het zoeken naar een passende vorm van onderwijs.
Het is wellicht een goed idee om het bovenstaande uit te werken in een, hoewel ik een hekel heb aan het woord, werkbaar protocol. Daarbij kunnen we gebruikmaken van alle informatie die van NJi en Gedragswerk op het internet staat. Ik denk namelijk dat we hiermee het onderwijs de centrale plaats geven die het in mijn ogen, ook bij thuiszitters, toekomt.
Cees Blij