Vliegwielen en tandwielen

De route van leerplicht naar ontwikkelrecht.
Van initiatieven die werken tot een brede beweging voor ontwikkelrecht.

Bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren gaat het om kinderen en jongeren zelf. Dit zou een open deur moeten zijn, maar dat is het niet. Vooral bij de groep thuiszitters gaat het vaak mis omdat voor hun ontwikkeling maatwerk nodig is dat zelden geleverd kan worden. Samen met hun ouders en verzorgers worden ze ondersteund door veel mensen uit met name het (passend) onderwijs en uit de jeugdhulp met op de achtergrond de gemeenten. Omdat die organisaties regelmatig vastlopen in hun pogingen kinderen en jongeren binnen de gestelde kaders te helpen, zijn er daarnaast een heleboel zeer betrokken particuliere initiatieven en organisaties opgestaan met elk hun eigen karakter. Wat bijna alle clubs gemeen hebben, is de ervaring dat kinderen en jongeren van wie de ontwikkeling niet binnen de bekende hokjes past, vastlopen in de systeemwereld van leerplicht, indicering en financiering.

Om aan bijvoorbeeld de leerplicht te voldoen of passende hulp te krijgen, moeten deze kinderen en jongeren naar een school. Of worden zij aan een jeugdhulporganisatie gekoppeld die niet in staat is echt bij te dragen aan hun ontwikkeling. Dat is niet goed en ook niet de bedoeling van de leerplicht en de jeugdhulp. Sommige kinderen en jongeren passen gewoon niet binnen die lijntjes: het onderwijs- en aanbod aan jeugdhulp sluiten niet aan op wat zij nodig hebben. De vraag ‘Welk onderwijs en welke jeugdhulp is geschikt voor jouw ontwikkeling?’ zou vervangen moeten worden door de vraag ‘Wat heb jij nodig om je te ontwikkelen?’.

Ontwikkeling moet dus centraal staan. En om dat te kunnen doen, is een beweging van leerplicht naar ontwikkelrecht in gang gezet. Immers, elk kind kan zich ontwikkelen en heeft daar ook recht op. Op veel plekken in Nederland wordt dit, zo goed en zo kwaad als het gaat, in de praktijk gebracht. Er zijn legio initiatieven waar betrokken leerkrachten en jeugdhulpmedewerkers, samen met kinderen en jongeren zelf het voor elkaar krijgen hun ontwikkeling op een voor hen geschikte manier in gang te zetten. Dat noemen wij een vliegwiel: het komt misschien moeizaam op gang maar als het eenmaal in beweging is, loopt het steeds soepeler.

Wij, dat zijn de deelnemers van de beweging Ontwikkelrecht: zorginstellingen Cosis, Yorneo, Ambiq, Horizon begeleiding, scholen en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, het Drents Museum, de Hanze Ontwerpfabriek, en Gedragswerk, In het noorden van Nederland brengen we mensen bij elkaar die op enigerlei wijze meewerken aan maatwerk voor kinderen die buiten de boot vallen, buiten meerdere boten.

Allereerst gaat het om de initiatieven van maatwerk-dat-werkt. Wij zien ze als vliegwielen. We helpen die vliegwielen een draai te geven en zetten ze in de schijnwerpers, bespreken ze samen. Maar hoe komt het dat ze werken? Omdat daar vanaf het begin met kinderen en jongeren en niet over ze gepraat wordt? Omdat samen met deze kinderen en jongeren gekeken wordt hoe ze zichzelf zien, waar ze trots op zijn, en waar ze in ondersteund willen worden?

We hebben hier een vliegwiel voor in gang gezet die we de Kunstroute noemen. Kinderen, jongeren en studenten van de Academie Minerva en van het Prins Claus Conservatorium zijn samen aan de slag en gebruiken kunstvormen om hun realiteit en hun zelfbeeld te tonen. Waar zijn ze goed in en wat vinden ze goed en mooi en belangrijk in hun belevingswereldwereld. En niet in de systeemwereld van onderwijs en jeugdhulp. In samenwerking met het Drents Museum werken deze kinderen, jongeren en studenten toe naar de tentoonstelling ‘Waar ben JIJ’ die een unieke kijk in de wereld van deze deelnemers geeft.

Of zoals in ons vliegwiel van de Verhalenroute over de plekken waar kinderen en jongeren, ouders en verzorgers, professionals vanuit onderwijs en jeugdhulp oplossingen zoeken om samen over alle hobbels heen te komen. Ook hier staan kinderen en jongeren centraal, zij vormen onze eerste doelgroep. Onze tweede doelgroep zijn de professionals. Draaien de vliegwielen ook, omdat de betrokken professionals buiten de lijntjes durven te werken? Omdat ze hiervoor wat ruimte krijgen van hun leidinggevenden? Omdat ze samenwerken over organisatie- en sectorgrenzen heen? Dat alles willen we boven tafel en op tafel hebben. Zoals in de Magneetsessie waar aan de hand van de geslaagde aanpakken de inzichten worden benoemd en gedeeld om het ‘anders’ te doen. Zoals in de Hunebedgame waarin samenspel ontstaat met onvermoede medestanders en daarmee nut en waarde van die samenwerking helder wordt.

Een tweede lijn verbindt die vliegwielen. Laat ze als tandwielen in elkaar passen en elkaar ondersteunen en versnellen. Hiervoor worden met behulp van de Hanzehogeschool methodes en technieken ontwikkeld om die verbindingen te laten zien en om te leren hoe je ze zelf op je eigen situatie toe kan passen. Aan de ruimte die daarvoor nodig is, de proeftuinen, werken we in een derde lijn. De vliegwielen grijpen hier in elkaar als tandwielen om een bredere beweging in gang te zetten. Dit is voor onze derde doelgroep, de invloedrijken en beslissers in (passend) onderwijsorganisaties, jeugdhulporganisaties en gemeenten. Hier komt de vraag op tafel of het huidige systeem van onderwijs en jeugdhulp voldoende speelruimte kan bieden voor deze manier van werken. Hier komt ook de vraag boven of dit systeem flexibel genoeg is, mee kan bewegen, kan groeien van Leerplicht naar Ontwikkelrecht.

Daarnaast en daarbovenop moet wellicht ook de wet- en regelgeving op dit gebied worden vernieuwd. Onze vierde doelgroep zit op en rond de ministeries, in de Tweede Kamer en in de regering. Aan hen leggen we de vraag voor of dat hele – zwaar opgetuigde en daardoor ingewikkelde – systeem niet vervangen moet worden. Opnieuw opgebouwd in het denkraam van het ontwikkelrecht van alle kinderen en jongeren. Het antwoord op die vraag volgt allereerst uit de beweging van al die vliegwielen en tandwielen. Maar we willen het ook onderbouwd zien met een stevig theoretisch kader. Is dit er al? Is dit compleet? Waar moet het aangevuld, geactualiseerd? Door wie en waar kan dat het beste onderzocht? Vragen waar wij en onze netwerken zich over gaan buigen.

Waar gaat het in de kern om?

1. Alle kinderen en jongeren hebben er recht op om zich goed te kunnen ontwikkelen.
2. Op welke wijze kunnen we dat het beste ondersteunen?
3. Hoe richten we het netwerk van opvoeding, onderwijs en jeugdhulp hiervoor goed in?

Vliegwielen die lokaal en regionaal draaien, als tandwielen in elkaar grijpen en zo het ontwikkelrecht landelijk dichterbij halen, vormen hiervoor een bruikbare metafoor.