Cees Blij

De school als veilige basis

De school als veilige basis

Na veertig jaar gewerkt te hebben in het speciaal (voortgezet) onderwijs, werk ik nu sinds drie jaar hoofdzakelijk in het regulier voortgezet onderwijs. Ik ben geschrokken van de wijze waarop daar vaak nog gekeken wordt naar de sociaal/emotionele ontwikkeling van de kinderen en jongeren, of vaker niet gekeken wordt. Nog beter, door leerkrachten en directie wordt die ontwikkeling lang niet altijd als mede hun verantwoordelijkheid gezien. Laat staan dat ze competent zijn om leerlingen hierin te begeleiden. Gelukkig zijn er de laatste jaren op VO-scholen ondersteuningscoördinatoren benoemd als functionaris en niet langer als taak van een leerkracht. Een functieomschrijving met functie-eisen is echter niet altijd te vinden. Dit zorgt ervoor dat de achtergrond van oc’s heel divers is, van gymnastieker tot leraar Engels. Daarnaast zijn er scholen die 0,8 fte beschikbaar hebben voor 700 leerlingen. Dat is dweilen met de kraan open. Hier kan een professionaliseringsslag in gemaakt worden, bijvoorbeeld door een universitaire opleiding als orthopedagoog of klinisch psycholoog als functie-eis te stellen.

Deze afgelopen jaren heb ik ervaren dat vele leerlingen vanwege mentale gezondheidsproblemen hun leercapaciteiten niet volledig kunnen benutten en verder afglijden, met grensoverschrijdend gedrag, internaliserende problemen, somberheid en schoolverzuim en als gevolg. Tevens maakte ik kennis met thuiszitters, die al langer dan 3 jaar thuis zaten, omdat ze vergeten leken en niemand op de juiste knoppen kon of wilde drukken. Men ontloopt zijn verantwoordelijkheid, niet bewust, maar de thuiszitter wordt door de waan van de dag vergeten. 

De zorg is overbelast, maar staat ook te ver af van de leefwereld van het kind en daarmee bedoel ik in dit geval met name de school. De school moet meer in haar kracht worden gezet waar het de aandacht voor mentale gezondheid betreft. Met de aanwezigheid van oc’s is een eerste stapje gezet, trajectklassen zijn een ander lichtpuntje. 

Als GZ-psycholoog ben ik nu 1 dag per week verbonden aan een vmbo-basis/kader/tl in Amsterdam Noord. Daar is een zorgteam aanwezig waarvan de leden daadwerkelijk met de leerlingen in gesprek gaan, in de klas, maar ook individueel. Lichte problematiek kan op deze wijze laagdrempelig worden opgepakt. Het mooie daarbij is ook dat de orthopedagoog de leerling niet alleen spreekt over het probleem, zoals bij de zorg gebeurt op een aparte locatie, maar deze op maandag ook op de gang tegenkomt en kan vragen hoe het bij het voetbal was, in ieder geval een band aangaan die zich niet beperkt tot het probleem, maar een echte relatie.

Komend jaar gaan we met medewerking van de UvA meer groepsdynamisch werken, startend met de gouden minuut. Want belangrijk is natuurlijk ook dat het team wordt geënthousiasmeerd en meegenomen, want een collega die blijft volhouden alleen maar te komen om wiskunde te geven, verliest uit het oog dat een klas en een school een gemeenschap vormen. Het hoofd kan niet zonder het hart. Niet voor niets noemde Theo Thijssen een van zijn boeken De gelukkige klas.

Mijn wens is dan ook dat er een ondersteuningspoot binnen het onderwijs komt, zodat kinderen en jongeren snel, licht en in de eigen omgeving geholpen kunnen worden. Hevel geld van de zorg over naar het onderwijs, want met speciale jeugdhulp in het speciaal onderwijs, Cordaan inzet van WVL-middelen om ondersteuners in te zetten, komen er teveel kapiteins op 1 schip met soms verschillende visies en een hoop bureaucratische rimram.

De school moet weer een gelukkige school worden.