Feuilleton Initiatieven collectief

Ontwikkelingsgerichte benadering

Ontwikkelingsgerichte benadering

In het Initiatieven Collectief feuilleton delen initiatiefnemers hun kennis en verhalen en geven middels een vraag het stokje door. Deze week deel 5: Jules Wijers , eigenaar van BijBiezonder.

In deel 4 ‘Onderwijs in de zorg’, stelde Marije Hemmer, eigenaar van Orthopedagogische Praktijk de Regenboog in Krommenie, Uitgeest en Velsen-Noord de volgende vraag aan BijBiezonder:

Hebben jullie de ontwikkelingsgerichte benadering geïmplementeerd in je initiatief of was de benadering er al en heeft de ontwikkelingsgerichte benadering woorden gegeven aan wat jullie al deden?


Er is altijd al sprake geweest van een ogenschijnlijke dualiteit: ‘er is werk aan de winkel, er zijn belangrijke stappen te zetten in je ontwikkeling’ naast ‘er is geen verandering vereist, je hoeft niet te veranderen, je bent goed zoals je bent’. Beide uitgangspunten zijn waar en beide bestaan gelijktijdig. Het fasemodel uit de ontwikkelingsgerichte benadering hielp ons om die werkwijze zichtbaar te maken. Dat wat we ‘op gevoel’ deden kreeg met deze eenvoudige en logische fasen meer richting en diepgang.

Het antwoord op de vraag is dus ook ‘beide’. Veel deden we al, net zoals elk initiatief waarschijnlijk. Maar met het toepassen van het model, vooral ook meteen met de deelnemers, ontstond een meer samenhangend geheel en daarmee een nog logischere vormgeving van elk traject. Daarnaast is het model ook een prachtige kapstok: het functioneert als tijdslijn waarop deelnemers hun ontwikkeling kunnen volgen, letterlijk op de uitvouwbare routekaart in hun ontwikkelmap. We hebben materialen en acties ontwikkeld die binnen het model passen en het abstracte concreet maken. In de ontwikkelfase mag je meer verwachten, mag je ze meer prikkelen. In de doorstroomfase voeg je een verantwoordelijkheid toe: “nu je zo gegroeid bent mag je met extra inzet nieuwe instromers op weg helpen”. De waakvlamfase hielp ons om nazorg écht serieus te nemen. We hebben contactmomenten met uitstromers geborgd en raken gemotiveerd om meer te gaan doen met nazorg en ‘gewoon contact houden omdat dat waardevol is’. Een barbecue met oud-deelnemers, dóór oud- en huidige deelnemers staat op de planning.

De onderzoekende fase gaf woorden aan het begrip autonomie. “Wat wil jij, hoe zie jij de komende weken, maanden en jaren van je leven”. Maar de fase met de meeste impact is de landingsfase. Een periode van weken of maanden, net wat nodig is, waarop er weinig moet. Gas eraf, kat uit de boom, voorzichtig verbinding aangaan: in onze maatschappij voelt dat als luxe, als ‘eigenlijk is die ruimte er niet’. Maar als je het in dat model ziet staan dan snap je het. De landingsfase is niet alleen cruciaal voor een goed vervolg van het traject: het is ook een accelerator. Een traject gaat sneller als er eerst lang genoeg (bijna) ‘niks’ moet. Want zonder een goede landing, zonder die ruimte om aan vertrouwen, relatie en autonomie (als in ‘ik kies nu zelf wat ik wel en niet wil’, bijvoorbeeld) te werken, blijft de rem er het hele traject op. Deze fase is overigens geen vrijheid blijheid, maar draait veel meer om ‘meedoen op je eigen manier’. We stimuleren vanaf het begin om mee te doen, in elk geval betrokken te raken bij dat wat de groep doet. Te zacht landen, met de handschoentjes de hele rit aan, maakt de volgende fases ook weer moeilijker. Fingerspitzengefühl noemen ze dat: ruimte geven, maar de stretchzone wel speels opzoeken. Er gebeurt dus veel in die fase, maar de essentie is dat de deelnemer voelt dat er (bijna) niks écht moet (maar er wel veel mag en kan), dat hij/zij zelf keuzes mag maken en dat er veel ruimte is om elkaar op passend tempo te leren kennen.

Artikelcontent
Beeld Welmoet de Graaf

Het model helpt om de juiste dingen op het juiste moment te doen en om dat inzichtelijk te maken voor de deelnemer (en alle andere betrokkenen). Daarnaast helpt het om die tegenstelling (je bent goed zoals je bent / er wordt verwacht dat je tot ontwikkeling komt) te plaatsen. Het op te bouwen vertrouwen in de landingsfase draagt bij aan zelfacceptatie en eigenwaarde, van waaruit in de volgende fases er vooral vanuit intrinsieke motivatie gegroeid en ontwikkeld kan worden.

Theoretisch dan, want natuurlijk zijn het ook gewoon pubers met vaak stevige karakters, een volle rugzak en hier en daar een litteken. Maar ook dat is oké, want het doel van een model is ook niets meer dan steun en richting geven. Een traject loopt zelden volgens het boekje, maar met sterke, betrokken en empathische professionals op de groep geven we daar een mooie draai aan!

Op dit moment zitten er een paar jongeren in de uitstroomfase. Bijna zomervakantie, en dan vieren we gezamenlijk de afronding van hun succesvolle traject. Een van die jongeren voelt het naderende afscheid en maakt daardoor nog een mooie stap. Ze benoemt hoe jammer ze het vindt om afscheid te nemen, komt met verhalen uit haar periode bij ons en, zonder dat daarop gestuurd wordt, reflecteert ze op haar handelen en benoemt ze op welke vlakken ze gegroeid is. Spontaan komt ze op een zaterdag (andere groep) langs na het werk. Even kletsen, even vertellen hoe het ging. Geweldig als een traject zo mooi de nazorgfase in glijdt!

Er is nog een interessante ‘ogenschijnlijke tegenstrijdigheid’ in ons werk: We bouwen als begeleiders vanuit ons hart aan een relatie, aan vertrouwen, aan openheid om te durven delen. Maar ook vrij snel na de landingsfase laten we los, stappen we terug en zeggen we dat ze het zonder ons kunnen, mogen en zullen gaan doen. In de driehoek ‘relatie-autonomie-competentie’ glijdt de investering vanuit relatie in stappen naar autonomie en competentie. Als ze ervaren dat ze het zelf kunnen en als ze voldoende zelfvertrouwen hebben om eigen keuzes te maken, dan zijn we niet meer nodig. In de praktijk merken we dat doordat er zo mooi gebouwd is aan die relatie, het loslaten lastiger is. We willen graag eerder in het proces werk maken van ‘loslaten’, zodat een deelnemer vanuit zijn/haar autonomie zelf graag de volgende stap wil zetten. Hoe maak je de relatie, de verbondenheid (en daarmee vaak ook de afhankelijkheid) van ons kleiner (zonder de werkrelatie te schaden) en de autonomie van de jongere groter? Deze vraag leg ik graag voor aan Atalanta.

Jules Wijers


Download de pdf DE ONTWIKKELINGSGERICHTE BENADERING


BijBiezonder

Kleinschalige zorgorganisatie voor jongeren van 11 tot ongeveer 18 jaar die vastgelopen zijn, of dreigen vast te lopen op school. Er wordt zorg, begeleiding en onderwijs geboden om uiteindelijk terug te keren naar school, school bij Bijbiezonder af te maken of te gaan werken.

https://www.bijbiezonder.nl

Initiatieven Collectief

In Nederland is een groeiend aantal initiatieven die zich inzet voor thuiszitters. Allemaal hebben ze één gemene deler: ze hebben passende routes ontwikkeld voor jongeren voor wie de ontwikkeling binnen onderwijs of zorg niet of onvoldoende plaatsvindt. In het Initiatieven Collectief bundelen we de krachten van deze initiatieven. Met als belangrijkste doel: voor iedere jongere een passende ontwikkelroute.

Het Initiatieven Collectief gelooft dat iedere jongere recht heeft op ontwikkeling en dat hier meerdere routes voor nodig zijn. Routes die er wél zijn, bottom-up in de praktijk ontwikkeld. Inmiddels hebben duizenden kinderen in de loop der jaren zo de weg teruggevonden naar een betekenisvol leven.