Feuilleton Initiatieven collectief

‘Inclusiviteit’

‘Inclusiviteit’

In het Initiatieven Collectief feuilleton delen initiatiefnemers hun kennis en verhalen en geven middels een vraag het stokje door. Deze week deel 3: Marije Jumelet, mede-eigenaar De Ezelsbrug in Zeerijp.

In het Initiatieven Collectief feuilleton delen initiatiefnemers hun kennis en verhalen en geven middels een vraag het stokje door. Deze week deel 3: Marije Jumelet, mede-eigenaar De Ezelsbrug in Zeerijp.

In deel 2 Onze eigen beleving zou de bron van ons leren moeten zijn, stelde Audrey Maeder-Sahupala, eigenaar en oprichter ACIC in Hilversum de volgende vraag aan De Ezelsbrug:

Hoe zien jullie een inclusieve samenleving en hoe zouden jullie kunnen meewerken aan een inclusieve samenleving (ook) binnen jullie organisatie?


De eerste gedachte die bij mij opkomt bij deze vraag is, oh nee, moeilijk. Op de een of andere manier probeer ik het woord inclusiviteit steeds te negeren of onder een dekentje te stoppen. Nu ontkom ik er niet aan en zal ik mij onderdompelen in de inclusiviteit. Wat me overvalt, is de breedte van het woord. Inclusiviteit is een groot begrip, en volgens het ministerie van OCW wordt het in de toekomst de basis van het onderwijs. Ik ben voor een inclusieve wereld waarin we vanaf de geboorte samen leren, zonder onderscheid op basis van kunde, rijkdom, huidskleur of geloof.  Kinderen maken van nature ook geen onderscheid hierin.

“Wij zijn allemaal voorstanders van inclusie” schrijft ACIC. Maar wie is die “wij”? Is het de wereld waarin iedereen geaccepteerd wordt zoals hij is? In de praktijk betekent dit voor mij dat er geen hokjes of schotten zijn. Als ik dit zou vertalen naar een onderwijs of zorg instelling dan zou er gewerkt worden vanuit een basiskern waar eenieder de veiligheid, het vertrouwen en de onvoorwaardelijkheid krijgt om te kunnen groeien.  Aangezien De Ezelsbrug de schoolse setting gebruikt als basis zal ik nader ingaan op mijn gedachten over inclusiviteit binnen het onderwijs.

We dragen allemaal bij, met wat we mee hebben gekregen van onze ouders en voorouders. In het rad van het leven is er plek voor iedereen. De samenleving bestaat uit verschillende stromingen, die naast elkaar en door elkaar kunnen bestaan. Dit zou ook binnen scholen mogelijk moeten zijn. In de inclusieve school zou er letterlijk veel ruimte zijn, waar verschillende routes bestaan, die elkaar kruisen en zo nu en dan een grote stroom zijn. Met als uitgangspunt dat elk kind welkom en waardevol is. Diversiteit heb je nodig in een gebalanceerde samenleving: normaliseren, van elkaar en samen leren. De samenleving maar dan micro, als een klein dorp.

Als ik deze gedachtegang volg, volgen er veel praktische vragen. Ontschotten, beleefruimte en normaliseren, hoe kun je deze drie kernwaarden ontwikkelingsbreed bieden aan alle kinderen? Hoe breng je behoeftes in beeld. Hoe haal je de druk van de prestatiedrang af en wat kan de omgeving hierin bijdragen en welke kapstok biedt de overheid? Deze en vele andere vraagstukken omtrent dit onderwerp zijn naar mijn mening het grondbeginsel, fundament van het bestaan van onze initiatieven. De ruimte zoeken en maken. Ook op en of rondom scholen is er steeds meer ruimte voor experimenteren. We zijn onderweg, in transitie.

Als ik dit vertaal naar De Ezelsbrug, dan kijk ik naar zowel het zorg- en onderwijsaanbod als wel naar de organisatie en de medewerkers.  Inclusiviteit op de werkvloer betekent voor mij een omgeving waar iedereen zich gezien en gehoord voelt, er voor elkaar zijn. Samenwerken en ruimte bieden voor diversiteit in de organisatie, elkaars kwaliteiten benutten en mee kunnen denken met het aanbod of met de organisatiestructuur. Het werk is soms zwaar, een lange adem. Je hebt elkaar nodig. Dat is belangrijk.

De Ezelsbrug herbergt een gemêleerd gezelschap van kinderen en jongeren met allerlei verschillende achtergronden en in verschillende ontwikkelfases. Ze bootst een schoolse setting na waar elk kind een persoonlijk rooster heeft, met aandacht voor hun kwaliteiten. Dit kunnen kleine dingen zijn, zoals trampolinespringen. Er wordt gewerkt op het eigen tempo, met ruimte om stil te staan, te vervelen en tot ontwikkeling te komen door, zoals ACIC mooi verwoord, actief nabij te zijn. Om tot schoolse vaardigheden te komen, om de knoppen van executieve functies, zichzelf en het systeem om hen heen te leren kennen. Hierin staat het toeleiden naar onderwijs centraal.

Als dit ‘inclusiviteit’ heet dan zijn we goed op weg.  De Ezelsbrug kijkt breed naar de behoeften van kinderen en zoekt met zorg naar de juiste leerroute en methode. Zorg en onderwijs lopen hier naast elkaar en door elkaar heen en zijn beide essentieel voor de ontwikkeling van het kind. Alle hoogtepunten worden verzameld in een portfolio, dat met het kind meegroeit en als tastbaar document mee naar huis gaat aan het einde van het traject. Je zou kunnen stellen dat de ruimte in het aanbod van leermethodes en routes ook bijdraagt aan inclusiviteit. Het is van meerwaarde om onderwijs te bieden via een zorgprofessional MET een lesbevoegdheid. Ook vind ik dat Remedial Teachers niet mogen ontbreken binnen de zorg en binnen de school (van de toekomst), omdat ze gespecialiseerd zijn in de vraag achter de vraag. Hier zou meer aandacht en erkenning aan gegeven kunnen worden door de opdrachtgever.

Ik denk dat de school zoveel ziet en zo dicht naast de jeugdige en zijn leefwereld kan staan, en de toevoeging van zorg zal (preventief) ondersteunen om de kernwaarden te verstevigen. Inclusief onderwijs is een nobel streven waarbij de uitvoering uitdagend is. Ook daarin zal men tegen kaders aanlopen, aangezien je niet eindeloos kan aansluiten, bij behoeftes, en eigen leerroutes binnen een groot systeem. Het is rooster technisch een hele klus om te werken aan groepbaarheid, naast elkaar samen te werken en een divers aanbod te bieden, passend bij het kind en daarnaast vooral ook ruimte te houden voor groei en bloei. Maar goed, zoals het veranderingen betoogt, hoort chaos, daar ook bij. Al doende leert men. Kortom: Een breed antwoord voor een breed begrip. Wel passend, maar dat is weer iets anders als inclusief.

Mijn vraag aan Praktijk De Regenboog is:

Wat versta je onder onderwijs binnen de zorgtijd en hoe implementeer je dat in jullie organisatie?

Marije Jumelet


De Ezelsbrug in Zeerijp

De Ezelsbrug is er voor kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar die extra begeleiding nodig hebben of vastlopen binnen het reguliere onderwijs. Evenwicht brengen in de draaglast en draagkracht van kinderen is de basis van de begeleiding. De focus ligt op (weer) naar school gaan, omgaan met omgevingsfactoren, zelfvertrouwen en zelfinzicht. Dit alles samen met dieren, kunst, sport en samen koken.

https://www.deezelsbrug.nl

Initiatieven Collectief

In Nederland is een groeiend aantal initiatieven die zich inzet voor thuiszitters. Allemaal hebben ze één gemene deler: ze hebben passende routes ontwikkeld voor jongeren voor wie de ontwikkeling binnen onderwijs of zorg niet of onvoldoende plaatsvindt. In het Initiatieven Collectief bundelen we de krachten van deze initiatieven. Met als belangrijkste doel: voor iedere jongere een passende ontwikkelroute.

Het Initiatieven Collectief gelooft dat iedere jongere recht heeft op ontwikkeling en dat hier meerdere routes voor nodig zijn. Routes die er wél zijn, bottom-up in de praktijk ontwikkeld. Inmiddels hebben duizenden kinderen in de loop der jaren zo de weg teruggevonden naar een betekenisvol leven.

https://www.gedragswerk.nl/iniatievencollectief