‘Mag ik deze dans van u?

’De maat is vol. Zo kan het toch niet langer? De dans tussen moeder en school rond de belangen van een kind is stilgevallen. Er is geen muziek meer, niemand wil nog bewegen. De school vindt dat er een gesprek moet plaatsvinden en stelt de moeder van de thuiszittende leerling een ultimatum. Binnen drie weken verwachten ze een reactie van haar kant, anders volgen er consequenties. Er gebeurt niks. Totdat een schoolbestuurder sorry zegt.

Deze schoolbestuurder begrijpt wat die ouder vraagt als erkenning om een doorbraak in de verhoudingen te maken. Hij weet welke muziek er nodig is om weer samen verder te dansen. Door sorry te zeggen is er ruimte ontstaan bij alle partijen om opnieuw de dansvloer te verkennen. Er is een voorzichtige beweging ontstaan, een beweging die leidt tot een nieuw ritme en een nieuw geluid. Vol bewondering heb ik gekeken naar die schoolbestuurder.

Samenwerken; wanneer je dit woord uit elkaar trekt, staat er samen werken. Het verheldert de betekenis van het woord. Je bent er met ten minste twee partijen bij betrokken en het verlangt een inspanning van alle betrokkenen. Het vraagt bereidheid en bescheidenheid. Samenwerken zie ik als dansen. Dansen gaat verder dan alleen in beweging komen. Een dans vraagt dat je afstemt op elkaar en op het ritme en het tempo van de muziek. Het vraagt dat je soms de leiding neemt, maar je ook durft laten leiden. En een dans wordt pas echt mooi, als je je durft over te geven aan elkaar.

Bij deze thuiszitter had iedereen onenigheid over de danssoort, het tempo en wie leidend partner is. Iedereen is verhard in zijn ideeën en steekt alle energie in het overtuigen van de ander. Wie durft het op zo’n moment nog om geleid te worden, of sterker nog, wie durft het zich over te geven aan de ander en de muziek?

Er is maar één iemand nodig die een stap achteruit durft te zetten. Eén iemand die sorry zegt en over zijn eigen schaduw heenstapt. Eén iemand die bereid is met een frisse blik te kijken en nieuwsgierig durft te luisteren. En dat is niet vanzelfsprekend, want onze hersenen zijn zo gebouwd dat we vooral zien en horen wat we al dachten. Sorry.