Naar school gaan is een middel, geen doel

‘Je moet naar school!’ Hoe vaak zeggen we dat tegen ze? Weinig, waarschijnlijk, althans tegen de meeste leerlingen. En vaak, tegen de kinderen en jongeren die er regelmatig of langdurig niet zijn. Op school dan. Want ze zijn wel ergens en vast ook ergens mee bezig.

Naar school moeten, heet bij ons leerplicht. Gek genoeg zeggen we zelden: ‘Je bent verplicht om te leren!’. Naar school gaan ís leren, vinden we. Gelukkig zien we daarbij ook het belang van op-school-zijn voor de sociale ontwikkeling. We gebruiken dat zelfs als argument om leren buiten school liever niet toe te staan. Alsof daarbuiten de sociale ontwikkeling stil staat. Merkwaardig eigenlijk.

Voor mij is naar school gaan, om te leren in een stimulerende sociale omgeving, een onbetwiste basisbehoefte. Maar gun ik dat daadwerkelijk alle leerlingen? Nee. Ik gun alle leerlingen dat zij de kans krijgen om wat ze in zich hebben, ook echt waar te maken. Zodat ze zich, vanuit alle situaties waar ze in zitten, kunnen ontwikkelen. Om uiteindelijk naar vermogen en op eigen kracht, soms met langdurige ondersteuning, in onze samenleving te kunnen participeren. Dat mag dan best samen gaan met een gevoel van erbij horen. Als we met ontwikkelrecht dit ‘gunnen’ bedoelen, dan sta ik daar helemaal achter.

Zo bezien is naar school gaan dus niet het grootste doel in het leven van kinderen en jongeren. Voor het overgrote deel van hen is het wel het belangrijkste middel om cognitief en sociaal door te groeien. Het overgrote deel! Dus voor een klein deel is schoolgaan niet per se het belangrijkste middel voor volledige ontwikkeling. Leren blijft dat natuurlijk wel, want leren en ontwikkelen gaan altijd samen.

Ergens in het land ken ik een leerling die na veel pogingen tot passend onderwijs en een lange weg vol conflicten, van de oude school weg ging. We laten deze leerling nu administratief naar een andere school gaan, zonder dat deze leerling naar die school toe gaat. De leerling leert vanuit huis en krijgt daar de juiste ondersteuning bij. En móet dus niet meer naar school van ons. We willen wel dat deze leerling leert en zich ontwikkelt.  Dat evalueren we ook.

Nooit meer naar school? Misschien. Dat leert de tijd. We maken voor nu de afweging dat leren buiten school passend is en het tijdelijke gemis van een sociale omgeving acceptabel. Zo’n afweging kunnen we alleen maken vanuit de driehoek van groei. We kunnen pas iets passends organiseren en daarmee ons doel bereiken, wanneer we de leerling net zo goed kennen als dat we de leerling begrijpen.

Een goede balans tussen kennen, begrijpen en organiseren zorgt voor optimale groeiruimte voor de leerling, is mijn overtuiging.  Logisch zul je zeggen. Toch slaan we al te vaak de fase van begrijpen over – of raffelen we deze af – omdat we ons te snel richten op maar één makkelijke oplossing. Is dit simpele denkmodel dan helpend om van leerplicht naar ontwikkelrecht en meer inclusie te gaan? Als we dit in onze professionaliteit onbewust bekwaam doen, zeker. Dan is het in ieder geval een krachtige grondhouding. Leggen we het elkaar als een denkplicht op, dan wordt het niets.   

Aan mijn netwerk leg ik straks een nieuw vierjarenplan voor, waarin de driehoek van groei en een inclusieve grondhouding belangrijke leidende principes zijn. In mijn ogen een invulling van ontwikkelrecht. Ik verwacht hiervoor veel steun. Het zou zo mooi zijn als kinderen, jongeren en hun ouders dit in de praktijk ook echt gaan merken.  

Frans Jordaan is directeur-bestuurder VO Samenwerkingsverband Amstelland en de Meerlanden