Thuiszitters in kleine gemeenten

Ook in een kleine gemeente maakt men zich zorgen over thuiszitters, maar iedereen in jeugdhulp en onderwijs is buitengewoon druk. De tandwielen in allebei de systeem draaien volop. De directeuren van het samenwerkingsverband hebben het druk, zorgcoördinatoren en interne begeleiders eveneens. Aan de kant van de jeugdhulp precies hetzelfde. En de leerplichtambtenaren loopt het ook bijna over de schoenen. Het bizarre is alleen dat al die tandwielen elkaar niet lijken te raken. Van overleg tussen twee werkvelden komt te weinig terecht.

Terwijl alle betrokkenen – die de tandwielen draaiend houden – een cursus Actietafel thuiszitters hebben gevolgd bij Gedragswerk. Daarin was nu juist aan de orde hoe je van losdraaiende tandwielen een soepel functionerend systeem maakt. Iedereen reuze enthousiast, mooie cijfers bij de evaluatie, maar de raderen lopen weer langs elkaar heen.

Ze kwamen allemaal naar de cursus omdat ze het wel eens waren met het idee dat er meer en intensievere samenwerking nodig was in de gemeente. Een leerplichtambtenaar was initiatiefnemer vanwege diens zorg dat iedereen er bij sommige casussen gewoon te laat bij was. Dan is de zaak zo ingewikkeld dat niemand er meer uit lijkt te komen. Dat leidt binnen de gemeente tot de vraag ‘Wat moeten we daaraan doen?’. Gevolgd door vragen als: ‘Wie zijn “we”, wat is “met elkaar” en hoe doen we dat?’ Dat oogt allemaal heel simpel, maar men komt er toch niet uit en vraagt hulp aan Gedragswerk. Dat levert inzicht in bekende patronen. Iedereen probeert een zorgvraag zelf op te lossen. Iedereen vindt gezamenlijk overleg lastig en iedereen heeft van die volle agenda’s.

Pak eens de telefoon en vraag ‘Gaat het nog goed?’

In de vijf bijeenkomsten zijn de definities met praktijkvoorbeelden ingevuld en is afgesproken gezamenlijk eerder en meer te overleggen. En dan loopt toch weer de stroop in de processen, de beoogde voorzitter van het overleg valt uit, er komt een nieuwe wethouder die nog worstelt met de portefeuille, de gemeente wil jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg samenbrengen en het aloude vraagstuk van samenwerking tussen twee afdelingen op het stadhuis steekt ook de kop op. Het vinden van data voor een overleg iedere zes weken is ineens weer moeilijk – behalve bij een crisis.

Oude belemmeringen zijn er nog steeds: het samenwerkingsverband primair onderwijs kijkt qua gemeentelijke samenwerking de ene kant op en het verband voortgezet onderwijs de andere. Dynamiek genoeg, maar geen geregeld overleg. We moeten onderkennen dat dit soort processen niet vanzelf blijven lopen, weet Gedragswerk. Je moet de winst van zo’n cursus niet verliezen door te laat de telefoon op te pakken en te bellen ‘Gaat het nog goed?’

Over de auteur

Jaap van Petegem werkt vanuit Petegem Jeugdbeleid als adviseur en sparringpartner bij diverse organisaties op het grensvlak van Onderwijs en Jeugdzorg. Ook is hij voorzitter van een commissie die Toelaatbaarheidsverklaringen voor VSO regelt in de regio IJsselvecht (Zwolle).