Redactie

Het perspectief van Florian en Ilona

Het perspectief van Florian en Ilona

Het kraakt in ons onderwijs- en jeugdhulpsysteem. Vanuit drie verschillende perspectieven heeft Jan Havik drie verhalen geschreven. In dit drieluik kijken we naar oplossingen en oplossers: de leerling, de professional en de beleidsmaker.

Kinderen die om uiteenlopende redenen niet kunnen aarden in ons onderwijssysteem, ze trekken vaak aan het kortste eind. In het Noorden van Nederland is hiervoor iets in gang gezet, de Beweging ‘van Leerplicht naar Ontwikkelrecht’. Hier staat de vraag “wat heb jij nodig om je te ontwikkelen?” centraal. In deze beweging werken de jeugdhulp en -zorginstellingen, gemeentes, verschillende scholen van speciaal onderwijs en samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs samen met studenten en docenten van de Hanze Ontwerpfabriek. Betrokken leerkrachten, jeugdhulpmedewerkers en studenten werken samen om de ontwikkeling van kinderen en jongeren op een voor hen geschikte manier in gang te zetten; dat gaat anders, dat gaat wat buiten de lijntjes, maar het kán wél. Er is oog voor hoe ze zichzelf zien, waar ze trots op zijn, en waar ze in ondersteund willen worden.

Hier is het verhaal van twee van deze jeugdigen. Het verhaal van Florian die een heel eigen route is gaan lopen, uitgezet rond waar hij goed in is en wat hij spannend vindt. En het verhaal van Ilona die, samen met een student van de Academie Minerva, de Kunstroute van de Beweging Ontwikkelrecht doorloopt.

Hier is het verhaal van twee vliegwielen die in gang zijn gezet.

De wereld van de systemen is taai. Ook binnen de grenzen van ons welvarende land staat de systeemwereld met haar regels en voorschriften soms aan de basis van schrijnende verhalen. Verhalen van mensen en kinderen die buiten het systeem belanden, en geen deur kunnen vinden om weer naar binnen te gaan. Ook ons onderwijssysteem heeft pijnlijke haken en ogen. Gelukkig kan het ook anders, als we maar ons maar blijven realiseren dat kinderen het recht hebben zich te mogen ontwikkelen. Als we oog hebben voor hoe het wél kan. Als we inzien dat er eigenlijk geen probleemkinderen bestaan, maar wel kinderen in problematische situaties.

Florian is een slimme jongen. Maar hij is ook klein en slechthorend. Een kleine, slechthorende slimme jongen. Naar school gaan als vierjarige voelt als een grote stap, maar ook als een te kleine stap. Want wat zijn de kinderen om hem heen toch anders. Waar zij lange tijd kunnen spelen met blokken, of tekeningen kunnen maken, kan Florian z’n aandacht er niet bij houden. Nu hij woorden leert, wil hij de verhaaltjes die juf voorlas zélf lezen. De stap maken van huis naar school is een noodzakelijk, maar ook één die veel in Florian losmaakt.

Florian voelt zich wat onbegrepen. Hij moet heel veel moeite doen om de juf goed te verstaan. En als hij dan uiteindelijk van de verheven stem van de juf privé-uitleg krijgt, dan is hij zijn aandacht snel kwijt. Soms halverwege de uitleg al. Maar wat wil je: nu hij begrijpt waar juf het over had, heeft hij aan een half woord genoeg. Hij begrijpt het meteen, of wist het vaak al lang. Als iedereen gewoon duidelijk tegen hem doet, is er veel te weinig uitdaging op school.

De warmte die ze met zoveel overgave aan zijn klasgenoten geven neemt af voor Florian.

Florians school vindt zijn houding ingewikkeld. Desinteresse, arrogant, onhandelbaar. Ze vinden het moeilijk. De warmte die ze met zoveel overgave aan zijn klasgenoten geven neemt af voor Florian. Hierdoor begint Florian zich minder veilig te voelen. Áls mensen eens voor hem gaan zitten, schreeuwen ze. En Florian is de aandacht al snel kwijt: wat ze uitleggen is natuurlijk veel te gemakkelijk. De situatie wordt onhoudbaar, de frustratie wordt te groot. Op een dag luistert Florian niet naar de juf. Hij moet z’n computer uitzetten. Een klasgenootje probeert voor juf Florians computer uit te zetten. Florian schrikt, en bijt. De juf wordt boos, en iedereen praat ineens over hem. Florian komt niet meer terug op school.

Twee maanden thuis. Het duurt wel lang voordat Florian ergens terecht kan. Het is de Groninger Buitenschool. Daar kan hij heen. Hier voelt Florian zich wel veilig, en op z’n gemak. De sfeer is warmer dan op elke andere plek die Florian kent. De Groninger Buitenschool heeft namelijk een afdeling voor kinderen met leerachterstand en sociale problematiek: de mensen zijn gewoon duidelijk. Ook hier is er verschil tussen Florian en z’n nieuwe klasgenootjes, het is voor hem te gauw saai. Wéér gaan mensen over hem praten. En nu komt er ineens een mevrouw. Zij gaat helpen Florian, elke dag.

Ilona (14) heeft een moeilijke tijd gehad op school. Ze voelt zich er niet meer veilig. Er zijn dingen gebeurd waar ze liever niet aan herinnerd wordt. De samenloop van gebeurtenissen en betrokken mensen zorgt ervoor dat ze thuis komt te zitten. Alles liever dan naar school. Welke school dan ook. Naar andere scholen in haar regio wil ze ook niet. Haar wereld is onveilig geworden.

Lang thuiszitten is natuurlijk geen optie, dat beseft Ilona ook wel. Maar de wereld buiten begint met de dag enger te worden. Soms blijft ze maar liever de hele dag in bed, hoewel ze weet dat dat niets oplost. Ze overwint haar angst en gaat praten met haar huisarts over haar problemen. Die vertelt Ilona over een plek waar ze heen kan. Als ze dat wil. Een plek met mensen die begrijpen wat Ilona meemaakt. Geen school, maar wel uitzicht.

Ilona gaat langs bij het Centrum voor Scholing en Training (CST) in Winschoten. Hier zijn twee vaste zorgmedewerkers die meedenken over wat Ilona nodig heeft. Er is steun en zorg voor Ilona op allerlei vlakken, en ze mag zelf meedenken over haar pad. Ze heeft dus ineens een soort stuur in handen. Ze ziet het ook om zich heen: er is een jongen die telkens een maand stage loopt. In totaal verschillende sectoren, elke maand een andere sector. Zo kan hij ervaren waar hij zich het fijnst voelt, en daar heeft Ilona nu juist behoefte aan. Misschien zou ze hier wel weer blij kunnen worden.

Renée, de mevrouw die Florian helpt, wordt niet boos, en ze gaat nooit weg. Hij kan haar goed verstaan en wat ze uitlegt wíl hij ook snappen. Hij doet wel minder mee met de rest van de klas, maar ergens vindt hij dat niet zo erg. Bij Renée voelt hij zich rustiger, en ze begrijpt zijn vragen. En soms stelt ze hem ook een vraag die hij moeilijk vindt. Dat is leuk.

Als Florian negen is gaat hij samen met Renée naar een andere school, De Gaffel, in Haren. Daar zijn geen kinderen met ontwikkelingsachterstanden, maar hoogbegaafde kinderen die extra zorg nodig hebben. Daar past hij best tussen. Renée blijft gewoon bij hem natuurlijk. Florian krijgt andere boeken, computerprogramma’s en apps. Het is het best leuk werken. Als het zo uitkomt heeft hij zijn eigen plek, even geen last van de andere kinderen. Anders zit hij gewoon in de klas, met z’n eigen werk. Elke dag wordt Florian uitgedaagd.

Dit is haar uitlaatklep, nu kan ze zich ontspannen.

Wat Ilona graag wil is tekenen. Als ze diep nadenkt wist ze dat wel, eigenlijk. Creatief zijn, maken, creëren. En daar is ruimte voor. Elke maandag komt er zelfs een kunstacademiestudent helpen. Die gaat kunstenaar worden! Hij kleit met wie maar wil, of gaat tekenen of schilderen. Ilona slaat geen maandag meer over. Dit is haar uitlaatklep, nu kan ze zich ontspannen. De rest van de week wordt het zelfs gemakkelijker om andere dingen te doen. Daar is ruimte voor, in haar hoofd.

Florian krijgt natuurlijk niet zomaar wat boeken. De groepsleerkracht van Florian heeft samen met Renée een traject uitgedacht. Florian kan genadeloos snel redeneren. Zijn groepsleerkracht volgt het tempo waarin Florian werkt en past het aanbod daarop aan. Van vakken die hem goed liggen, zoals wiskunde, krijgt hij een reguliere leergang aangeboden. Zo heeft hij, na de basisschoolstof, in drie maanden tijd heel jaar 1 wiskunde op VWO niveau doorlopen. Andere vakken, als vreemde talen, vragen om een andere benadering. Zo is er het digitale talenplatform Duolingo. Hier leert Florian de vreemde talen, spelenderwijs. Voor andere disciplines wordt weer een ander traject op maat bedacht. Op deze manier kan Florian in z’n eentje heel het VWO programma doorlopen.

Ook Ilona belandt in een bijzonder traject. Bij het CST ontmoet ze een kunstacademicus. De Hanze Ontwerp Fabriek experimenteert namelijk met het koppelen van verschillende disciplines, om zo een nieuwe oplossing te forceren. Zodoende komen er studenten van Kunstacademie Minerva (Hanzehogeschool) bij een van de locaties van Cosis . Deze studenten gaan met de jongeren aan de slag vanuit hun eigen, creatieve invalshoek. En soms kan dat nét het zetje geven dat een jongere nodig blijkt te hebben. Ilona komt los, en ziet perspectief.